Praten met je kind!

Het is vaak makkelijker gezegd dan gedaan, dat weten we allemaal. Daarom hieronder gesprekstips die je kunnen helpen bij het voeren van een gesprek met je kind over een ingewikkeld onderwerp, de zogenaamde do's en dont's.

Dont’s 

1. Zware dreigementen

Bijvoorbeeld: “Nu zet je nooit meer een stap buiten!” of “Nu krijg je geen zakgeld meer!”...
Vaak besef je, als je van de eerste schok bekomen bent, dat dat geen realistische dreigementen zijn en je ze ook niet kunt uitvoeren.

2. Beschuldigingen en verwijten

Leg niet de klemtoon op het gevoel dat je kind ondankbaar is.
Bijvoorbeeld: ‘Hoe kun je ons dit aandoen, we hebben toch alles voor jou gedaan?’ of ‘Jij hebt nooit gedeugd!’...
Het is erg belangrijk je kind niet te veroordelen als hij iets doet wat jij als ouder niet bevalt. Keur je kind niet af, maar wel zijn of haar gedrag.

3. Bezorgdheid om de reacties van anderen
.

De mensen rondom je hebben heel wat invloed, niet alleen op je kinderen, maar ook op jou. Bijvoorbeeld: ‘Wat zal die of die niet zeggen?’. Dit kan bij je kind overkomen alsof zijn gedrag er eigenlijk niet zo toe doet, maar dat jij vooral bezorgd bent om wat anderen van jou zullen denken.

4. Morgen lig je in de goot!

Alle middelen hebben een verschillende werking en risicogehalte. Dus scheer ze niet allemaal over dezelfde kam. Kijk op onze of andere sites voor meer info over verschillende drugsvormen.
Overdrijf evenmin het gevaar van drugs, noch uit onwetendheid noch met de bedoeling af te schrikken. Jongeren zijn soms beter geïnformeerd over drugs en druggebruik dan jij. Zulke reacties kunnen heel wat weerstand uitlokken. Daarom is het goed je te informeren over de verschillende middelen. Kennis hebben over drugs en druggebruik, betekent dat je sterker in je schoenen staat.

5. Een preek over gezondheid

Pessimistische voorspellingen met betrekking tot mogelijke lichamelijke schade spreken kinderen meestal niet aan, is uit recent onderzoek gebleken. Jongeren maken zich geen zorgen over de gevolgen op langere termijn. Jong zijn betekent immers dat je onoverwinnelijk bent en nog een heel leven voor je hebt. Daarbij hebben ze vaak het gevoel dat het hen niet zal overkomen.

Do’s

1. Luisteren

Luisteren is niet zo eenvoudig. Je denkt namelijk veel sneller dan dat iemand praat. Heel vaak ben je bezig met je eigen emoties, angsten en zorgen en gaat er veel verloren van het verhaal van de ander.
Als je het gevoel hebt dat emoties nog te veel door je lichaam razen, stel het gesprek dan even uit.
Zoek een rustige plek waar jullie niet gestoord worden. Maak duidelijk dat je luistert, door in eigen woorden te herhalen wat je kind gezegd heeft. Hierdoor check je meteen of je het goed begrepen hebt.
Je kunt ook de emoties die je bij je kind ziet, benoemen.
Bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat je het daar moeilijk mee hebt’ of ‘Ik heb het gevoel dat je kwaad bent’.
Dit kan soms een verzachtend effect hebben. Overigens, het benoemen van emoties doet je kind nadenken over de gevoelens die hij ervaart en is een eerste stap in het leren omgaan met deze gevoelens.

2. Hoe-vragen stellen

‘Waarom’-vragen worden vaak ervaren als een beschuldiging. Ze vragen bovendien naar oorzaken en redenen waarvan ze zich niet altijd bewust zijn. (‘Waarom heb je dat toch gedaan?’).
Beter zijn ‘hoe’-vragen (‘Hoe ben je ermee begonnen?’, ‘Hoe gaat het verder?’). Vragen zoals ‘Hoeveel rook je nu eigenlijk?’ als je duidelijk ziet dat je kind onder invloed is, zijn beter dan ‘Héb je gebruikt?’.
Een andere nuttige vraag zou kunnen zijn: ‘Hoe lang denk je nog door te gaan met je gebruik?’ of ‘Hoe moet dit nu verder?’ en lijkt zinvoller dan ‘Waarom doe je dat toch?’ Door enkele vragen te stellen, toon je dat je niet zo gemakkelijk om de tuin te leiden bent, dat je ziet wat er gaande is en dat het je niet koud laat.

3. Ik-boodschappen

Wanneer regels overtreden worden, móet je reageren. Als je dit wilt doen op een niet-bedreigende of aanvallende manier én tegelijk je kind informatie wilt geven over het effect van zijn gedrag, kun je het beste ‘ik- boodschappen’ gebruiken. In een ik- boodschap beschrijf je eerst de feiten.
Bijvoorbeeld: ‘We hadden een afspraak om niet met drugs te beginnen en nu vind ik in je zakken een zakje wiet’.
Dan benoem je de gevoelens die deze feiten bij jou teweeggebracht hebben. Bijvoorbeeld: ‘Ik was teleurgesteld en ben heel erg boos.
Ten slotte beschrijf je het effect dat de hele situatie op je heeft gehad:
Bijvoorbeeld: ‘Ik heb de hele dag in de rats gezeten en ben enorm zenuwachtig’.

4. Onderhandelen

Wanneer de eerste emoties geluwd zijn, is het belangrijk om het probleem toekomstgericht te bespreken en afspraken te maken rond verdere aanpak. Een jongere die onder invloed is, is moeilijk aanspreekbaar. Iemands gedrag kan door druggebruik totaal veranderen. Dat gaat soms zover dat je je eigen kind nauwelijks herkent. Hij of zij komt agressief uit de hoek of is juist zeer lusteloos en passief. Het heeft geen zin om in discussie te gaan met iemand die onder invloed is. Beloftes en afspraken worden dan toch niet nagekomen of zelfs vergeten. Wacht tot je kind weer nuchter is voor je een gesprek aangaat.

Doe hier de cursus, praten met je kind.

Opgroeiende kinderen krijgen te maken met allerlei verleidingen. Ook zijn ze hun eigen wensen en grenzen in liefde en seks aan het ontdekken. Als ouder kun je jouw kind helpen om weerbaar te worden en goed om te gaan met deze verleidingen. Wat en hoe je dat kunt doen, vind je op deze website.

Hoe heb je een gesprek en geen confrontatie?

Erachter komen dat je kind drinkt of drugs gebruikt, kan natuurlijk emotioneel heel veel met ouders doen. Het kan een hele verwarrende tijd zijn. Het is heel belangrijk om te praten met je kind en om tijdens dit gesprek rustig te blijven. Het belangrijkste is om te LUISTEREN naar je kind.
Belangrijke Tip: Ga het gesprek niet aan als je twijfelt of weet dat je kind onder invloed is:
• Maak duidelijk dat je je zorgen maakt, door bijv. te zeggen: Je bent de laatste tijd niet meer jezelf
• Blijf rustig. Probeer niet in een impuls te reageren als je kind bekend dat ze in het verleden dingen heeft gedaan, maar focus je om duidelijk te maken wat je wilt dat je kind doet in de toekomst. (fouten maken is menselijk)
• Wees direct. Draai er niet om heen. Je kunt duidelijk zeggen wat er op dit moment gebeurt: Je cijfers gaan achteruit, ik vind lege bierblikjes in je kamer, je doucht niet meer
• Let op je stemgeluid. Ook al zegt je hele systeem dat je wilt schreeuwen en duidelijk wilt maken hoe hij dit in zijn hoofd kan halen. Blijf toch op een rustige toon praten, zo gauw je gaat schreeuwen of je stem gaat verheffen kan je je puber af stoten.
• Laat je kind weten hoe belangrijk je het vind dat ze eerlijk is en dat je wilt luisteren zonder dat je gelijk oordelen geeft (het hoeft natuurlijk niet te betekenen dat er geen consequenties aan kunnen zitten).
• Probeer jezelf niet te verdedigen. Als je een kind een generaliserende opmerking maakt pak het dan niet persoonlijk op. Het een mooie kans voor een mogelijke discussie
• Stel jezelf kwetsbaar op, vertel over je eigen herinneringen toen je puber was en de fouten die je gemaakt hebt.
• Toon je liefde. Leg je hand op zijn schouder of geen knuffel op het geschikte moment
• Geef veel complimenten en positieve feedback. Pubers hebben het NODIG om dit te horen net als iedereen! Ze hebben het nodig om te weten dat je meer van hun ziet dan alleen wat ze verkeerd hebben gedaan 

Het gesprek met je kind.

Communicatie hebben: de een luistert de ander praat, dus ook je kind kan praten terwijl jij luistert;)

Wees eerlijk en duidelijk.

Als je rookt en je kind wijst je hierop, kun je zeggen: ja ik rook, maar ik weet hoe ongezond het is en hoe moeilijk het is om te stoppen. 
Ik wil je alleen maar helpen om niet dezelfde fouten te maken als ik. 

Het is heel belangrijk dat je kind zich gesteund voelt

Wat kan je zeggen: 

Ook al hebben we soms problemen, weet dat ik er altijd voor je ben. Mooie vergelijking: Ik ben net als een verkeerstoren, wat voor weer het ook is, de toren begeleidt de vliegtuigen altijd! 

Als je een leven wilt met keuzes en keuzevrijheid, besef dan dat een verslaving je dat NIET geeft. 
Wat wil je later worden of beter wie? Hoe wil je in het leven staan?
Focus erop dat je niet wilt dat je kind gebruikt, het kind heeft grenzen nodig. Sommige ouders denken dat jongeren dit al zelf kunnen, maar wees je bewust dat de hersenen nog in ontwikkeling zijn en dat dus het stukje hersenen die bij volwassen goed ontwikkeld is, bij jongeren nog moet ontwikkelen.

• Zeg dat je snapt dat hij/zij boos is, maar laat weten dat jullie er iets aan moeten doen. 
• Voer het gesprek met je partner of iemand anders die het kind vertrouwt of iemand die hetzelfde heeft meegemaakt. 
• Als het heftig wordt, las dan even een pauze in, even wat drinken, iets eten, even luchtje scheppen even uit die energie. 
• Als je te emotioneel wordt kan het werken om even tot 10 te tellen of om even naar een andere ruimte te gaan, kijk gewoon wat voor jou het beste werkt. 
• Als je het gedrag van het kind niet begrijpt, dan niet zeggen WAAROM doe je dat? Daar kan een oordeel in klinken waardoor het kind dicht klapt of zich zelf gaat verdedigen. Zeg wat het met je doet en dat je wilt begrijpen waarom je kind deze keuzes maakt. 
• Verwacht niet teveel, anders kan je jezelf teleurstellen en denken dat het gesprek geen nut heeft gehad. Maar dit soort dingen kunnen ook in fases gaan. Rustig aan. 
• Maak kleine doelen en de volgende keer ga je weer verder 
• Voorbeeld doelen: Vandaag hebben we een gesprek zonder dat we gaan schreeuwen.

Regels

• Respect voor ouder, anderen en jezelf 
• Iedereen is onderdeel van het gezin, dus iedereen heeft zijn eigen taken 
• Het kind moet zich aan de regels houden die in huis gelden anders zijn er consequenties 
• Niemand is perfect dus jullie kunnen elkaar ook helpen 
• Probeer geen vriend te zijn, maar een ouder 
• Het kind moet vertrouwen weer terug verdienen, dus zo kan je na een tijdje ook de regels weer opschuiven. Bijv. Qua tijd van thuis komen oid. Dus leg ook uit dat sommige regels tijdelijk zijn, totdat gedrag verbetert en andere regels blijvend bv niet meer dan 1 uur per dag achter de computer/tablet. 
• Maak realistische regels die te controleren zijn zodat je ook de consequenties kunt uitvoeren. 

We moeten het gezonde verstand bemoedigen ipv zeggen wat ze niet mogen doen.
Als een kind nieuwsgierig is, mag dat. Raak niet in paniek. Het is een prachtige aanleiding om over het onderwerp te praten. Hoe denkt je kind erover, hoe denk jij erover? Wat vindt het kind van anderen die het doen? Is er groepsdruk? vindt hij het moeilijk daarmee om te gaan?

NAAR BOVEN
Disclaimer  -  Sitemap  -  Powered by Idas B.V. Internet & ICT